Wat ik leerde van mijn Erasmus in Bologna

Eerst en vooral moet ik zeggen dat mijn Erasmus naar Bologna, zoals veel dingen in mijn leven, iets was waar ik tot 3 dagen voor vertrek niet zeker van was omdat ik nog niet wist of ik voldeed aan alle voorwaarden om te vertrekken, gezien dit van de resultaten van mijn herexamens afhing en ik dankzij de vriendelijke proffen mijn resultaat vliegensvlug heb gekregen. Bovendien was mijn allereerste idee voor Erasmus iets in het Noorden, het liefst Noorwegen weliswaar (gezien mijn Noorwegenpassie) maar Finland was de enige mogelijke bestemming die in de buurt kwam en was dus mijn eerste keus. Helaas, maar eigenlijk: gelukkig, was er iemand anders die ook naar Helsinki wilde, en ik heb dan voor mijn andere favoriet, Bologna gekozen omdat ik wist dat bij vergelijking van studieresultaten ik degene zou zijn die aan het kortste eind zou trekken (daar ik herexamens had en de andere persoon niet). Bologna was mijn tweede idee, omdat het in Italië is en dit land mij ook altijd heeft aangesproken. Om de klank van de taal, om het pit en de hevigheid van de conversaties, om het eten, om de prachtige steden, om de stijl, om de geschiedenis... Helsinki was eigenlijk enkel mijn nr 1 omdat ik erop gebrand ben om in het Noorden te gaan wonen, al dan niet tijdelijk, maar ik wist eigenlijk niets over de stad, en achteraf bekeken ben ik dolgelukkig dat ik naar Bologna ben gekomen.

Ik wist ergens al dat zit zou gebeuren, en ik besef hoe ongelooflijk cliché dit klinkt, maar ik heb werkelijk mijn hart verloren aan Bologna. Ik voel me hier thuis sinds de eerste wandeling van de Airbushalte onder de prachtige galerijen naar mijn hotel. Ik wist vanaf mijn eerste conversatie met een hoffelijke Italiaan die mijn koffer voor me trok tot de splitsing waar hij en zijn vrienden een andere richting zouden nemen en hij me de weg zou kunnen wijzen, dat ik van deze stad zou houden. Dit zijn mijn eerste herinneringen, en ze lijken zo ver weg, maar tegelijk voelt het alsof ik gisteren nog maar mijn eerste klinkende stappen op de mozaïeken vloeren van de Bolognese straten zette. Het aanzicht van de eerste bedelaars die ik tegenkwam binnen slechts enkele tientallen meters, het gevoel toen ik de twee torens voor het eerst in het daglicht zag, het gevoel van de warmte die elke rode steen in deze stad uitstraalt, de luide stemmen van winkeliers of café-uitbaters die rokend conversaties voeren aan de deur en die het niet tegen mij hadden, maar blijkbaar gewoon tegen mekaar, ondanks dat ze op slechts zestig centimeter van mekaar verwijderd stonden. De mannen tijdens de zomer die hun blik over je laten gaan zonder enige gêne, zelfs al is hun rechterarm veilig gedrapeerd over de schouders van hun vriendin, zodat het duidelijk is voor andere gulzige ogen dat ze bezet is. Ogen die je blik bewust grijpen tot jij jouw ogen neerslaat. Hoofden die onbeschaamd negentig graden meedraaien, aansprekingen door wildvreemden met 'Ciao bella!'. Iedere man, zelfs de meest willekeurig uitziende man, die gehuld is in een wolkje parfum op straat. Vrouwen die volledig af met perfect gekruld en gehighlight haar inkopen doen.




Verkeer dat om een absoluut onverklaarbare reden tegelijkertijd in het honderd lijkt te lopen maar dat toch nooit volledig doet. Het lijkt alsof alles hier op de meest vreemde manier van een eigensoortig leien dakje loopt, een leien dakje waarbij verkeersregels enkel gelden voor De Ander, en alles getolereerd is zolang je geen mensen omver rijdt en geen andere auto's raakt. Rode lichten tellen alleen als de auto's aan een dermate hoge snelheid naderen dat je er onmogelijk levend voor in kan geraken, oranje lichten hebben helemaal geen functie, zelfs afremmen is niet aan de orde. Een rood licht dat rood is voor minder dan 2 seconden, telt als een oranje licht, met andere woorden: niet. Zebrapaden zijn optioneel te gebruiken, en auto's laten je soms zelfs oversteken in het midden van de straat - dit ter illustratie van de voorgenoemde bizarre 'Chaos Policy' die hier heerst. Een verbluffende tolerantie voor alles wat eigenlijk niet hoort, maar tegelijk het ongenoegen dat op andere momenten wordt uitgeroepen vanuit autoramen, met de nodige handgebaren. Knettergekke (naar mijn ervaring meestal geen 'autochtoon' Italiaanse) fietsers die slalommen tussen vlammende auto's op drukke banen met drie rijstroken, (eveneens niet 'autochtoon' Italiaanse) mannen die met aftrekkers ongevraagd autoruiten kuisen en erop tikken om geld te vragen. Het lijkt alsof ik het allemaal gisteren voor het eerst waarnam, zo razendsnel zijn vijf maanden voorbij gegaan.


In Italië zijn de gewoontes zo anders dan thuis. Broodjeszaken voor belegde broodjes zoals wij die kennen als student in Gent, zijn hier niet. Er zijn bars waar je wel broodjes met mozzarella en tomaat kan kopen, maar de keuze is meestal dus beperkt, het is niet de hoofdbezigheid van de zaak, er worden meer andere dingen verkocht zoals focaccia, gebakjes of gewoon een kopje koffie. Ik denk niet dat ik in de hele periode dat ik hier ben één broodjeszaak ben tegengekomen waar je zoals bij ons een baguette kan laten beleggen met kaas en groentjes, bijvoorbeeld (laat staan humus). Ik mis dit helemaal niet, want ik deed dit sowieso al bijna nooit meer in Gent gezien ik op enkele meters van mijn faculteit woonde en het dus belachelijk zou zijn om meer dan 2 euro uit te geven aan een broodje terwijl ik voor een paar euro iedere dag zelf de beste broodjes kon maken op mijn kot; maar toch is het iets dat me opvalt.

Een reden voor het gebrek aan uithaalbroodjes kan ook zijn dat Italianen zelden tot helemaal nooit wandelend eten. Italianen nemen hun tijd om te eten. Winkels sluiten hun deuren tijdens de middaguren, er wordt uitgebreid gekookt. Dit viel me ook meteen op toen ik op mijn kot woonde met mijn Italiaanse flatgenoten. Er is zelfs geen echte grens, koken kan ook om 14 u, om 15 u of om 16 u zelfs, en dan heb ik het over middageten. Koken kan tot drie keer op een dag gebeuren. Avondeten gebeurt niet voor acht uur, en eigenlijk zelfs meestal uitzonderlijk voor negen uur. Lekker volkoren brood is hier een rariteit, misschien omdat er gewoon niet echt veel brood gegeten wordt, of toch zeker niet in de hoeveelheid zoals Belgen gewoon zijn het te eten (met name 's morgens én 's middags). Het meeste brood is wit en van een vreemde, redelijk stugge consistentie. Mijn Waldkorn broodje dat ik na lang zoeken toevallig en eindelijk gevonden heb bij een dichtbije bakker en dat ik elke dag tevreden eet, werd op kot bekeken en bevraagd als zijnde 'gummy', omdat het niet steenhard en onbeweeglijk is zoals hun broden in mijn ogen zijn. Buiten mijn volkoren brood, ben ik niet zo traditioneel Belgisch, maar die gewoonte is mij te lief. Zuiderse Italianen koken urenlang en vriezen dan veel in, omdat ze graag goed koken, maar het natuurlijk praktisch niet mogelijk is om dit iedere middag te doen. Ik ken verhalen van mijn Noord-Italiaanse kotgenoot over het fornuis dat hele middagen volledig ingepalmd werd door Zuid-Italiaanse kotgenoten die hij vroeger had. Er zijn niet alleen rode en groene pesto, maar er zijn ontelbaar veel verschillende onderscheiden. Elke streek heeft haar eigen variant; zo zijn er pesto alla siciliana, pesto alla genovese, en nog zo veel meer. De zeldzame keer dat ik een kotgenoot brood zag eten, was het met kastanjecrème, wat blijkbaar heerlijk is en zoet (en vegan!).


De manier waarop ik mijn kiwi eet wordt beschouwd als een manier om je dessert te eten, maar niet fruit (ik lepel mijn kiwi uit), en prei is, ondanks het feit dat ik het hier gewoon in de winkel vond, een onbekende en vreemde groente. Een paar van mijn flatgenoten namen een prei die ik gekocht had vast, bewogen ermee achter mijn hoofd, roken eraan, bestudeerden het, gaven het aan mekaar door en besloten ten slotte dat het een 'soort ajuin' was, wat bij nader inzien inderdaad wel klopt. Ik denk dat ik nog nooit iets zo schattig gevonden heb als dit.
Nu ik hier vijf maanden heb geleefd met Italiaanse flatgenoten, ben ik heel anders beginnen koken. In het begin had ik het er moeilijk mee om te koken met een gasvuur waarop vaak minstens twee andere potten staan te borrelen en spetteren, tussen luid schallende gesprekken in de redelijk kleine keuken, waar dan ook nog eens degenen die het vuur niet nodig hebben hun ding staan te doen, gewoon staan mee te praten, of hun eten zitten op te eten. Ik woon met 6 andere mensen (maar eigenlijk 5, want een persoon woont zo goed als standaard bij zijn vriendin en komt maar heel af en toe terug). Ik werd nerveus bij de gedachte alleen dat ik de keuken in moest gaan. Intussen is dit helemaal veranderd. Ik neem mijn plekje in wanneer ik wil koken, ik versta ondertussen ook gewoon veel meer van de gesprekken, ik ben gewend aan de luidheid van Italianen, en ik ben natuurlijk ook bevriend geraakt met sommige flatgenoten en voel me hier helemaal thuis en op mijn gemak. Ik verklaar mijzelf voor gek dat ik ooit opwarmmaaltijden kocht, of vegetarisch at 'omdat veganistisch toch wel moeilijk is'.




Als je eenmaal in Italië hebt gewoond, kan je 'koken' en 'moeilijk' niet meer met mekaar verbinden. Ik ben absoluut niet plotseling een heldin in de keuken geworden en sta geen uren in de keuken vijfgangenmenu's te bereiden, maar waar ik vroeger soms vegetarische ravioli in microgolfzakjes at, of arrabiatasaus uit een glazen bokaal, doe ik het nu helemaal zonder microgolf (die is er ook niet) en koop ik niets dat al klaargemaakt is, behalve gepelde/gezeefde tomaten, en af en toe pesto. Wanneer je jezelf een halfuur gunt, kan je elke middag of avond je eigen maaltijd koken en eten. Het hoeft zelfs niet eens een halfuur te duren. Dit is toch wel een van de vlakken waarop ik het meest veranderd ben. Vandaag maakte ik zelfs pasta als vieruur-maaltijd en besefte ik dat het heel ver gekomen is met mij. Ik ben niet bijgekomen, ondanks mijn wanhopige chipsaanvallen die ik tot enkele weken terug had (vreemd genoeg is die craving nu uitgestorven, misschien omdat ik Pringles, die ik ervoor al niet lekker vond maar de enige paprikachips zijn die hier verkocht worden, kotsbeu gegeten ben) ter compensatie van mijn gebrek aan frietjes (je gaat heel ver als Belg in het buitenland, geloof me. Je beseft pas als je maandenlang ergens anders woont, hoe belangrijk je wekelijkse portie frieten is, tenzij je natuurlijk niet van frieten houdt en dit sowieso niet graag eet; maar bij mij is dit dus wel degelijk het geval). Maar ik eet eigenlijk ook niet echt meer veel ongezonde snacks, buiten mijn Côte d'Or chocolade die op mijn kamer staat. Ik herinner me bijvoorbeeld niet wanneer ik hier voor het laatst een koek gegeten heb; ik denk in oktober. Anderzijds ben ik dankzij mijn gegroeide keukeninteresse wel goed geworden in het bakken van mijn eigen (vegan) brownies, dus het aantal brownies die ik hier al gegeten heb, compenseert sowieso dubbel en dik de koekjes die ik in België wel at.

Ontbijt bestaat in Italië nochtans uit koekjes. In de supermarkt is er een volledig apart rek met 'ontbijtkoekjes'. Dit ziet er voor mij niet uit als 'ontbijt' want het zijn effectief gewoon koekjes, geen gezonde granenrepen zoals je je waarschijnlijk voorstelt. Koekjes en cake in alle soorten en vormen. Gewoonlijk soppen ze die in melk.
Op Kerstmis eten ze als dessert een grote cake, gemaakt van een soort deeg dat niet helemaal cake is maar ook niet helemaal brood. Er ligt poedersuiker op sommige soorten, er bestaan er stervormige, ontzettend dure, normale, goedkope, en allerlei varianten met gedroogd fruit of chocolade. Mijn Franse flatgenoot kwam in november tevreden thuis met zo'n cake en dacht een koopje te hebben gedaan, slechts enkele euro's voor 'zo'n grote cake', maar werd toen raar bekeken door de rest omdat hij in zijn eentje van een Kerstcake zat te eten een maand voor Kerstavond.

Op de bussen in Bologna houden ze een soort razzia's om mensen van de bus te gooien of te beboeten die zwartrijden (dat is hier dan weer wel schandalig). Fietsen zijn zo goed als gemeengoed, want worden allemaal gestolen en verkocht aan (meestal niet onwetende) anderen. Als je hier met je bankkaart wil betalen, vraagt men steevast of het 'met een pincode' is (nee, bij die van mij moet je een liedje zingen en een rondje draaien). Ik moet nog altijd eens de precieze reden vragen aan mijn flatgenoten waarom zelfs gevraagd wordt of je kaart met een pin werkt. Het is hier alleszins overduidelijk niet de standaard. Om de zoveel straten passeer je een '1 euro' winkel, waar alles spotgoedkoop is (maar wel niet allemaal €1. De perfectionist in mij rolt dus haar ogen bij het zien van de ramen met het schreeuwende 'ALLES AAN 1 EURO'.) Je vindt er niet alleen toiletartikelen, keukenbenodigdheden en allerlei handigheidjes voor huis en tuin, maar ook de grootste en meest nutteloze rommel ter wereld, waarvan je je afvraagt waarom er iemand de tijd en het geld geïnvesteerd heeft om dit te produceren, zeker wanneer je de lelijkheid van sommige dingen aanschouwt. Die vraag stelde ik me ook bij het zien van sommige etalages tijdens de kerstperiode. Is het een kerstwinkel? Is het een 1 euro winkel? Neen, het is een patisserie. Je kan het zo gek nog niet bedenken, of het ligt/staat/hangt in de etalage, en ergens tussen de hoofdknikkende witte glitterijsberen en roodwangige kerstmannen inclusief rendierslee, als je heel erg je best doet, zie je wat eetbaars.



Ook de universiteit in Bologna werkt helemaal anders. Bij zowel de faculteit van de Politieke en Sociale Wetenschappen als die van Letteren en Wijsbegeerte worden regelmatig feestjes georganiseerd, en er is een deel van bezet door studenten. De Italianen quoteren op 30 en het is geen uitzondering om 30/30 te halen of als je erg goed bent een 32/30. Om te slagen moet je een 18 behalen, en wanneer je pakweg een 24 haalt melden proffen je dit met een spijtig gezicht (dit heb ik van anderen vernomen, gezien ik zelf nog geen examen heb afgelegd). Je kan meerdere keren examen afleggen voor hetzelfde vak, tijdens dezelfde maand of de maand erop. Italianen hebben het hele jaar door examen, en studeren ook allemaal af op andere momenten, waardoor je bijna elke dag een afstuderende student aantreft met zijn of haar gevolg dat zingend door de straat trekt, plastieken champagneglazen in de hand. De afstuderende studenten (dat wil zeggen, ze hebben hun bachelor behaald, oftewel 'laurea') dragen elk een laurierkrans om het hoofd (jawel, een echte) met een lint in de kleur van hun faculteit. Sommigen zie je met een grappig pak, of moeten belachelijke/gênante opdrachten doen, en worden natuurlijk volledig dronken. Het grappige hieraan is dat ze een groep bij hun hebben waarin allemaal deftig opgeklede mensen lopen, inclusief ouders. Het behalen van het diploma van de eerste drie jaren is een heel belangrijk iets in Bologna/Italië, waar bij ons meestal gewoon de overgang gebeurt naar de masterjaren. In Italië is dat eerste diploma van groot belang, en kan je bijvoorbeeld een Laurea Magistrale (master) doen in iets anders. Het loopt niet zomaar over in mekaar, zoals bij ons.
Italianen beginnen ook later aan hun studies, want hun onderwijssysteem (lager en secundair) werkt anders, en duurt een jaar langer. Op het middelbaar krijgen ze in het ASO allemaal filosofie.

Hoe alles op z'n eigen chaotische manier van een leien dakje loopt, kan je ook doortrekken naar de administratie in Italië. Het steekt allemaal niet zo nauw, als het aankomt op uren, deadlines, regels, en dergelijke. Ik ben bang dat ik me op dat vlak wel erg ga moeten aanpassen in België, waar vragen die je stelt meestal terecht zijn, want kleine dingen (zoals bijvoorbeeld al het geklik dat UGent studenten met het curriculum moeten uitvoeren om officieel ingeschreven te zijn) kunnen essentieel zijn bij ons. Hier maak je je als Belg meestal overbodige zorgen, want het doet er allemaal niet zoveel toe.

Hieronder zie je Piazza Verdi, het plaatselijke studentenplein waar het 's zomers bruist van de studenten, dag en nacht, en een spandoek van een van de vele betogingen die studenten en anderen houden in Bologna.




Omdat deze blogpost nu al zo lang is, ga ik het hierbij laten. Misschien komt er wel een 'deel 2', of een ander soort post over Bologna. Het is mijn laatste week in Bologna, en mijn gevoel is dubbel. Enerzijds ben ik gelukkig om terug te keren, mijn vriendje terug in het echt te kunnen zien in plaats van via internet, mijn ouders weer te zien, mijn zus, mijn honden terug te kunnen knuffelen, en weer bij vrienden in Gent te zijn die ik lang niet gezien heb. Ik heb een nieuw kot waar ik ontzettend enthousiast over ben en waarover ik jullie binnenkort meer zal vertellen. Anderzijds bloedt mijn hart een beetje dat ik deze stad moet achterlaten, met haar rode tinten, haar portici met de mozaïekstenen, de kronkelende straatjes, mijn flatgenoten die een plekje in mijn hart gevonden hebben, de vrienden die ik hier ontmoet heb. Zoals ik in een brief aan mijn oma schreef: Bologna is als een geliefde; je bent je bewust van alle onvolmaaktheden, maar ze doen je enkel glimlachend hoofdschudden. Het is alsof je er niet boos op kan worden, omdat ze zo ontwapenend is in haar ongepolijste charme.



Veel liefs uit Bologna,
Manon