Je hoeft geen genoegen te nemen met minder

Vandaag las ik ergens in een Facebookgroep een bericht van iemand die raad vroeg bij haar situatie. Ze was aan het daten, en had een leuke date gehad met een man die twee honden had waarvan er één niet overweg kon met katten. En je raadt het al: zij had katten. Haar probleem was dat ze het gevoel had dat ze vaak op zo'n dingen stootte, die het voor haar moeilijk maakten om verder te daten met een man. Ze vond dit jammer, maar vroeg dus raad. Het verbaasde mij hoeveel reacties er waren van mensen die haar aanmoedigden om gewoon verder te gaan met die persoon (die ze nu nog maar één keer gezien had). De meeste mensen leken allemaal uit een soort van rozige, romantische wereld te komen waarin enkel gevoelens tellen en praktische werkelijkheden geen enkele rol spelen.

Ik herken dit, want ik kom zelf uit die wereld. Vroeger was ik iemand die zich liet meevoeren door een gevoel, al was dit gevoel nog pril en al fluisterde er een stemmetje in mij dat die persoon eigenlijk niet bij me paste. Ik haakte mijn karretje vast achteraan het prille gevoel en reed ermee de berg af aan honderdtachtig kilometer per uur. Voorspelbare toekomstige obstakels die zich overduidelijk in mijn vizier vertoonden, werden halsstarrig genegeerd, mijn ogen waren stijf dichtgeknepen. Ik bedekte preventief reeds alle verschillen met de mantel der liefde, en al kwam die mantel zelf volledig bol te staan van al wat ik eronder wegmoffelde, ik moest en zou die verschillen niet in de weg laten komen te staan van onze liefde. Ik had de neiging om van begin af aan allerlei tegemoetkomingen te doen in mijn hoofd. 
Op die manier zorgde ik er niet alleen voor dat ik genoegen nam met veel minder dan ik eigenlijk verwacht in een relatie of in een persoon, maar anderzijds leek het er ook op alsof ik alleen was in mijn relatie. Alsof ik aan de relatie werkte met de kracht van twee personen, met een bereidwilligheid om tegemoet te komen voor twee personen, en met een relativeringsvermogen voor twee personen. Als jij op voorhand al allerlei dingen aanvaardt van een ander (zonder dat die daar zelfs maar iets van weet), start je de relatie al met een ongelijke balans. Jij accepteert initieel al allerlei zaken, en moet al zonder dat er conflicten zijn, water in je wijn doen. Het ironische bij mij was dat verschillen die mijn partner teveel werden naar het einde toe, de doorslag gaven van zijn kant (hoewel ik uiteindelijk degene was die de beslissing moest maken dat het beter voorbij was dan, maar daar gaat het niet om) en niet van mijn kant, want ik was onvoorwaardelijk bereid elk verschil onder de mat te vegen om toch maar samen te blijven. Hoe kan het ook anders, als je al met die vastberadenheid en bereidheid gestart bent. Gevolg was dat ik dus ontzettend verontwaardigd was wanneer voor mijn partner plots een of andere (in mijn ogen) kleinigheid genoeg was om de liefde te laten opdrogen. Pas dan besefte ik dat dat gevoel van verontwaardiging van mij zo groot was omwille van het feit dat ik een gigantische berg aan tegemoetkomingen had gedaan die naast mij lagen nutteloos te wezen, bedekt onder ontelbare meters zachte luxueuze roodfluwelen stof. Het was geen mantel van liefde meer, eerder een volledig vloerkleed. En dat had ik te danken aan mezelf.

Ik ben onlangs pas echt goed beginnen beseffen wat het element van positiviteit was bij de laatste keer dat mijn hart met een scalpel aan stukjes werd gereten. Ik heb namelijk iets geleerd. En wat ik geleerd heb, merkte ik pas toen ik terug in de wijde wereld van de ongebonden zielen kwam. Ik ben sinds ik zo'n ongebonden ziel ben geworden (noem het vrijgezel, of single, wat je wil) meerdere mensen tegengekomen van wie ik initieel hetzelfde dacht als ik dacht bij mijn vorige partner. Een soort van geïnteresseerd zijn. Maar wat er nu gebeurde, had ik nog nooit meegemaakt. Het stopte daar. Ik detecteerde een bepaald iets dat stond te porren in mijn geweten, iets dat me stoorde en dat op lange termijn ongetwijfeld een boel moeite zou kosten om het te blijven accepteren, en ik stuurde het gevoel wandelen zonder mijn karretje eraan vast te haken. Het kon in haar eentje de berg af rollen, ik bleef bovenaan staan, mijn karretje steevast in de handen geklemd, mijn bijna-terug-lange manen wapperend in de wind, mijn ogen blikkerend van daadkracht en zelfrespect (oke, dat is mijn fantasie die op hol slaat, maar you get the point). Er klinkt een nieuwe stem in mij - of nee, die stem klonk reeds, maar pas nu wordt er gehoor aan gegeven vanuit mijzelf. Het is de stem die slimmer is dan de blinde, naïeve stem die mij vroeger halsoverkop mijn karretje liet spannen achter een prille interesse die mij meenam in een rollercoaster van emoties waarbij ik naar het einde toe los uit de bocht vloog en ergens in een lelijk bosje struiken belandde, het lelijke bosje struiken van de werkelijkheid.

Het voelt vreemd om plots zo realistisch te zijn geworden, maar ergens voel ik me er ook ongelooflijk veel sterker door. Ik laat kansen aan mij voorbij gaan omdat ik de elementen detecteer die de ingrediënten zijn voor een recept van rampspoed met een sausje van emotioneel drama, met als dessert een taartje van gestolde tranen geflankeerd door sorbet van teleurstelling, en als kers op de taart een stukje gebroken hart. Daarna is er nog de keuze tussen huisgebrande haat van geselecteerde bonen, of thee op basis van verontwaardiging, met een pousse-café van zelfmedelijden.
Ik ga nu voor à la carte. 

Nu ik het over eten heb, besef ik eigenlijk dat ik een gigantische, 1m65 lange wandelende paradox ben. Als het op eten aankomt, ben ik een bourgondiër. Ik eet ongelooflijk graag lekker eten, met uitzondering van eten dat vermoord moest worden vooraleer het op mijn bord terecht kon komen, of eten waarbij een moeder systematisch ontriefd werd van haar baby opdat ze industrieel gemolken kon worden, of op kleine oppervlaktes kapotgebroed moest worden om een ingrediënt te produceren voor mijn maaltijd, hoewel ik eerlijk gezegd wel soms een uitzondering maak op die laatste twee, tot ergernis van mijn eigen innerlijke morele strijd. Ik geniet dus enorm van eten, ik zie het als een van de kleine gelukjes in het leven die eigenlijk helemaal niet zo klein zijn (dat heb ik ook zopas besloten, dat geluk niets meer of minder is dan alle kleine gelukjes in het leven, en dat het niet zoiets groots is dat zich aankondigt en plots je hele leven zal overschijnen met haar gelukzalige gloed). 
Wat daarmee gepaard gaat is dat ik heel goed weet wat ik graag en minder graag eet. Sommige mensen zouden dat kieskeurig noemen. Mij goed, maar ik vind kieskeurigheid dan alleszins een goede eigenschap. 

Het bizarre is dus dat als het aankomt op eten, ik bijvoorbeeld soms dingen niet opeet als ik ze niet lekker vind, maar als het aankomt op relaties, ik vroeger al preventief aan het compromissen sluiten sloeg; nog voor er zelfs maar iets betekenisvol en waardevol genoeg was om überhaupt compromissen voor te gaan sluiten. Want begrijp me niet verkeerd, ik heb begrip en respect voor mensen die al in een jarenlange, gelukkige relatie zijn, op bepaalde hindernissen stuiten en dan, omdat ze zo'n goede band hebben en allerlei dingen samen opgebouwd hebben, bepaalde compromissen sluiten om samen te kunnen blijven. Ik bedoel niet dat deze mensen er slecht aan doen om die compromissen te sluiten. Wat ik wel bedoel, is dat mensen die na één ontmoeting (of zelfs een paar ontmoetingen) met een bepaald persoon 'een klik' voelen en ondanks de reeds ontdekte verschillen die het label 'probleem' dragen vrolijk blijven voortbouwen op die ene klik, er in mijn ogen beter aan doen om zichzelf wat tegen te houden. 
Geen enkel persoon die nieuw is in je leven (en die niet je kind is), is het waard om genoegen te nemen met minder dan je verwacht. Zo eenvoudig is het eigenlijk. Elke persoon die erbij komt in je leven, heeft initieel nog geen inherente waarde die zo groot is dat je al meteen moet beginnen met tegemoetkomingen doen, om je verwachtingen te laten vallen of bij te stellen tot er niet veel meer van over blijft. (Voor het gemak ga ik in volgende zin uit van een vrouwelijk subject, anders is hij zo goed als onleesbaar.) De enige reden waarom iemand bereid zou zijn om genoegen te nemen met een persoon en de manier waarop hij slechts aan een klein deel van haar verwachtingen voldoet, is omdat ze denkt dat ze die persoon nodig heeft voor haar geluk. 
En laat dat nu net een van de grootste misvattingen zijn die velen van ons hebben. Pas wanneer je beseft dat jij de hoofdrolspeler bent in je leven, en dat het jouw rol is om jezelf gelukkig te maken, zal er plaats zijn voor de rol van een partner. Die rol zal altijd kleiner zijn dan de jouwe, want je mag van niemand verwachten dat hij/zij moet zorgen voor jouw geluk. Een partner hoort een aanvulling te zijn op jouw leven. Je geluk moet groter worden dankzij een partner, maar moet er wel al zijn voor die partner er is. En nog belangrijker, het mag ook absoluut niet kleiner worden door een partner (wat bij mij voor een groot deel wel het geval was, hoe langer het duurde). 

Vanaf dat je beseft dat een partner enkel een zeer mooie aanvulling kan betekenen op jouw reeds aangename en gelukkige leven, en dat je hem/haar niet NODIG hebt, zal je ook niet langer genoegen nemen met minder dan wat jij verwacht van een partner. Waarom zou je dat wel doen? Waarom zou je tijd, energie en gevoelens investeren in iemand die zich aandient in je leven, waar je ook zonder kan, en die eigenlijk niet is wat jij wil, wanneer je er ook vriendelijk voor kan bedanken? Waarom zou je over een heerlijk gerecht een saus gieten die eigenlijk gemaakt is van iets dat je niet lekker vindt, wanneer je de saus ook gewoon kan laten staan? De enige reden waarom je voor een matige saus zou gaan, is wanneer je gerecht eruit ziet alsof het zo afgrijselijk slecht is dat het zelfs met een matige saus beter zou zijn. Dan heb ik maar één advies: doe iets aan je gerecht. Verander je leven. Werk aan jezelf. Niemand hoort zo happig te zijn naar een matige saus. 

Vanaf dat je inziet dat een partner geen enkele noodzakelijkheid bezit, verdwijnt ook je onweerstaanbare neiging om alle verschillen tussen jou en een mogelijke potentiële partner met de mantel van je nog niet eens bestaande liefde te bedekken. 

Ik besef dat ik dat geleerd heb, en mijn mantel-die-een-volledig-vloertapijt-was is een fabulous Max Mara camel coat geworden, en sure as hell dat ik niet van plan ben daar nog een knijt mee te bedekken.

PS. O ja; de kattendame gaf ik dezelfde raad (weliswaar verkort), en ze was het volledig met me eens. Ze liet weten dat ze teveel van haar katten hield om een onmogelijke toekomst tegemoet te gaan met een man met wie ze niet kan samenwonen omdat zijn Stafford haar katten zou verslinden. (Ook dat zei ze weliswaar niet in die woorden. Mijn fantasie, je weet wel).

Veel liefs,
Manon